top of page
  • ejbegemann

Diabetes en insuline tijdens sporten, specifiek: de Vasaloppet

Bijgewerkt op: 28 sep. 2023

Voor de liefhebbers, mijn flexibele eet-insuline aanpak tijdens de Vasaloppet (90 kilometer langlaufen) was als volgt: ik at mijn ontbijt ruim voor de start, zodat ik normaal zou kunnen bolussen en de bolus bij de start uitgewerkt zou zijn. De week van te voren had ik al gemerkt dat ik veel meer insuline nodig had dan normaal, waarschijnlijk door de spanning, dus ik gaf een bolus van 25% extra: dat bleek niet genoeg, mijn bloedsuiker bleef maar doorstijgen en bij de 16 heb ik toch maar wat bijgebolust. Toen ik na 2 uur langlaufen nog steeds op 16 zat heb ik nog wat bijgebolust bij de doorkomst in het eerste stadje op de route: Smågen. Normaal word ik heel suf van hoge bloedsuikers, maar ik denk dat ik daar door de adrenaline in dit geval weinig last van heb gehad; suf was ik in ieder geval niet gelukkig.


Daarna heb ik niks meer met mijn insuline hoeven doen. Van te voren hadden we in een sessie met de sportdietist geleerd hoeveel gram koolhydraten per uur we ongeveer nodig hadden. In mijn geval kwamen we uit op 45 gram koolhydraten per uur (en voor de liefhebber: daarnaast 5 gram eiwit per uur, 400 mg natrium en 500 ml vocht). Na de sessie had ik in Excel een model gebouwd dat uitrekende hoe hoog ik mijn basaal daarvoor moet zetten en welk eten ik meeneem: 45 gram koolhydraten per uur, daar zou ik normaal gesproken een bolus van 4,5 eenheid voor geven. Tijdens het langlaufen wilde ik geen bolussen geven, zodat ik de afstandsbedie­ning van mijn pomp rustig in mijn tas kon laten zitten en geen kost­bare tijd verlies met het aan­- en uittrekken van mijn handschoenen – ik moest tenslotte op tijd langs alle checkpoints om te mogen fini­shen. Dus die 4,5 eenheid wilde ik opvangen met mijn basale insuline. Ervan uitgaande dat die tijdens het langlaufen vijf keer zo hard werkt als normaal, waar het tijdens de trainingen op leek, zou ik 0,9 een­heid insuline per uur nodig hebben. Dat leek me veel en ik had het idee dat mijn insuline misschien wel nog harder zou gaan werken als ik lang achter elkaar sport, dus ik heb mijn pomp tijdens de Vasaloppet ingesteld op een ba­saalsnelheid van 0,5 eenheden per uur: ruim twee keer zo hoog als normaal in mijn geval.


Mijn plan was ruwweg om bij elk stadje (ongeveer om het uur) een krentenbol te eten en 3 (!) bekers sportdrank te drinken. Ergens halverwege de Vasaloppet heb ik twee bekers sportdrank vervangen voor een blikje cola wat ik van het publiek kreeg, op het eind verving ik de krentenbollen voor een mars, in Oxberg heb ik nog een eiwitreep gegeten en als ik er tussendoor zin in had pakte ik tijdens het skiën nog wat snoepjes uit het zijvakje van mijn tas. Hiermee bleef mijn bloedsuiker super stabiel, gedurende de ruim 10 uur durende Vasaloppet.



Voor al mijn diabetes apparatuur had ik een reserve optie mee: naast de Dexcom sensor die ik normaal gebruik had ik ook een FSL (freestyle libre sensor) op mijn arm. De Dexcom lees ik uit via mijn horloge en telefoon en daarvan gingen de batterijen heel snel leeg door de kou. Ik vond het een fijn idee om de FSL met de aparte reader te kunnen scannen als mijn telefoon leeg zou raken; de batterij van de reader gaat namelijk een stuk langer mee. Ook had ik een insulinepen bij me, mocht mijn insulinepomp het begeven. Die droeg ik in een hardloopriem onder mijn kleding, zodat de insuline niet zou bevriezen bij de -16 graden bij de start. Van te voren kreeg ik de vraag of ik nog iets bijzonders met mijn pomp deed; het antwoord is nee. Ik gebruik een omnipod en die zit op mijn lijf en heeft geen slangetje wat kan bevriezen, dus daar maakte ik me geen zorgen over.




Het belangrijkste op het gebied van diabetes-management wat ik van de Vasaloppet geleerd heb is dat ik tijdens het sporten de neiging heb om te weinig te eten tijdens lange sportsessies: zowel duursport als bijvoorbeeld een lange tenniswedstrijd. Mijn bloedsuiker blijft dan weliswaar super stabiel, maar ik presteer (achteraf gezien) een stuk minder dan wanneer ik veel meer eet. Ook ben ik minder bang om mijn basaal wat hoger te laten staan (eerst zette ik hem altijd op 30-50% tijdens het sporten, nu laat ik hem over het algemeen op 100% staan), zolang ik zorg dat ik genoeg eet.


Dit is uiteraard geen medisch advies, maar mijn eigen ervaring met sporten en diabetes :-)


 

Eline Begemann (Velp, 1989) heeft Technische Natuurkunde gestu­deerd in Groningen en daarna gewerkt als strategieconsultant en Chief of Staff. Op haar 28ste krijgt ze, terwijl ze zeven weken zwanger is, de diagnose diabetes type 1. Ze is auteur van het boek Een marathon lang prikken. In dit boek neemt ze je mee in haar reis van zwangerschap naar de 90 km lange Vasaloppet marathon op de langlaufskies, waarin diabetes een grote rol speelt. Het geeft daarmee een beeld van de nuance tussen aan de ene kant alle mooie dingen die mensen met diabetes ‘gewoon’ kunnen doen en aan de andere kant de worstelingen waar personen met diabetes mee te maken krijgen. Het boek wordt geprezen vanwege de herkenbaarheid voor mensen met diabetes en het inzicht wat het aan mensen in hun omgeving geeft op het gebied van de impact van diabetes. Een marathon lang prikken is beschikbaar via deze website en de meeste (online) boekhandels).

73 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


Post: Blog2 Post
bottom of page